NS uitspraken
Inhoud | Uitspraken | Anekdotes | Verhalen | Moppen

Humor in en om de trein

Dat pak trekken we later wel uit

Dit zijn daadwerkelijk gebeurde verhalen die met het openbaar vervoer te maken hebben. Dit zijn relatief lange bijdragen. Nieuwe verhalen zijn hartelijk welkom.

De oorspronkelijke titel van dit reisverhaal is Dat-pak-trekken-we-wel-uit-meisje ontbreekt tijdens treinreis.

Inhoud

De verhalen zijn uitgesplitst in de volgende onderwerpen:

  1. Buslijn
  2. De groene streep
  3. Interliner
  4. Dienstregeling 355
  5. Spooktrein
  6. Treinsleutels
  7. Pornoblad
  8. Noodrem
  9. Dat pak trekken we later wel uit
  10. Commute by Train

Als laatste een kort dankwoord.

Daarnaast zijn er nog Uitspraken, Anekdotes en Moppen te lezen.

Dat pak trekken we later wel uit

door Rein Tuininga

Is het wel zo fijn in de trein?

'Dat pak trekken we later wel uit', de woorden gonzen mij door het hoofd als mij meld op het plaatselijke station. Het is er koud en winderig. Ik kan een beschut plekje vinden in een doorzichtig hokje. Ik probeer me te warmen met de gedachten aan een naar rechts leunend meisje dat haar oog op mij laat vallen. Ik heb geen strakzittend pak aan, dus het uittrekken wordt een stuk simpeler. Sinds de Nederlandse Spoorwegen zijn begonnen met de reclame voor vervoer per trein, stel ik mijzelf strak zoevend voor van A naar B. Lekker kunnen werken terwijl ik word vervoerd. Geen stoppen, piepende remmen, gestommel en gestuit of gewiebel.

Vertrek

Om met de trein te mee te mogen is al een bestudering op zich. Aangezien het station in mijn woonplaats geen vriendelijke lokettist kent, blijven er twee mogelijkheden over. Of ik ga naar de plaatselijke boekhandel en koop daar mijn kaartje of ik meld mij bij een kille automaat dat eerst mijn geld opslokt en beantwoord mijn vraag met een wandeling naar achter de schermen. Enkele minuten later komt ze terug met een A4 met daarop drie mogelijkheden om mijn eindbestemming te bereiken. Ondertussen moet ik wel het gezucht aanhoren van mensen die op veilige afstand achter mij staan. De streep die op de vloer is geplakt is een zegen en schept afstand. Ik betaal - het bedrag van 32 piek valt mee - en schiet snel de winkel uit. In de richting van het station.

Vertraging

Een stem schalt over het stille perron. De trein naar Zutphen heeft vijf minuten vertraging. Verdomme de eerste tegenvaller! Mensen stromen het perron op, zij weten nog van niets. Ik gniffel een beetje - kennis maakt macht - over hun onwetendheid. Verlangend kijk ik of ik bekenden zie. Het wordt een tegenvaller. Een begeleidster meldt zich met jongen en fiets en tv op het perron. Blijkbaar een jongeman die een tijd door heeft gebracht op een jongereninternaat en nu weer richting huis gaat. 'Nog een paar minuten', zegt een vrouw tegen haar man die blijkbaar vijf minuten wachten al heel erg lang vindt en onophoudelijk om zich heen kijkt. De vrouw kijkt op haar horloge en concludeert dat de trein laat is. Wederom denk ik er over mijn kennis te verspreiden, maar houd mij in en besluit een klein eindje te wandelen. Een klein kind ziet enkele minuten later de drie bekende lichten van de trein naderen. 'De trein, de trein, de trein komt er aan.' Verwachtingsvolle ogen blikken in de richting wat het kind aanwijst. En inderdaad de gele slang nadert. De remmen piepen enorm en de slang glijdt met een minimale snelheid langs het perron. Netjes wacht ik tot het echtpaar instapt en ik besluit precies de andere kant op te gaan, want rechts geldt een rookverbod. Keuze zat in deze coupé. Er zitten slechts enkele mensen en ik kies een stekkie rechts van de coupé. Kan ik achteruitrijdend het perron afkijken, naar de uitzwaaiende mensen die er nu niet zijn. Als de machinist gas geeft is het perron bijna leeg. De begeleidster van de jongen blijft eenzaam achter. Zwaait nog een keer en verdwijnt uit het zicht. Gelukkig had ik literatuur gekocht bij de boekhandel en besluit direct te gaan lezen. Ik gluur schuin tegenover mij waar een meisje zit te lezen in een vrouwenblad. Ook al geen spraakzaam gezelschap merk ik en verdiep me in de tekst. Ik tast in mijn rechter zak en vis een pakje sigaretten er uit en steek eentje aan. Ik kijk door het met strepen beschadigde raam. Het landschap glijdt aan mij voorbij. Rinkelende bellen van een passage met een weg, bossen en velden. Ik zie een auto die de snelheid van de trein probeert te evenaren. Het lukt hem niet. Een verbeten gezicht achter het stuur als de auto moet stoppen voor de overgang. De trein schudt en trilt. De letters trillen voor mijn ogen. Zelfs heel erg concentreren helpt niet. Het eerste station. Ik blik over het perron. Er stappen mensen in en een enkeling stapt uit. De conducteur blaast een vrolijk riedeltje op zijn fluit en dat is voor de machinist het teken om gas te geven voor het laatste stuk voor de eerste overstap.

Overstappen

Ik ben altijd bang voor overstappen. Want dan kun je in de verkeerde trein stappen. En dat is mijn allergrootste angst. Naar Utrecht moeten en ergens in Vlissingen terecht komen. Ik weet dat ik in Zutphen schuin over moet steken. Ik passeer de voetbalvelden waar ik als verslaggever ooit een promotiewedstrijd beschreef, wat nu een doods groen laken blijkt te zijn. De piepende remmen en de trein rolt het station binnen. Nieuwsgierig loop ik naar de tussengang om te wachten op het uitstappen. De trein staat nagenoeg stil. Ik doe een vruchteloze poging om de deur te openen. De knop weigert te doen waarvoor het kennelijk bestemd is. Er staat open bij. Pas als de trein helemaal stilstaat piept de deur knarsend open. Schuin tegenover me zie ik de volgende gele rups staan. Ik blik op het bord dat naast de trein hangt. Gelukkig Arnhem staat er op, ik stap in. Het is een dubbeldekker. Wat zal ik kiezen? Boven of onder. Onderin is het meest aantrekkelijke omdat ik dan over het perron kan kijken. Ik besluit uiteindelijk - noodgedwongen - tot een compromis. Ik moet, dankzij de drukte - genoegen nemen met een plekje tussen de compartimenten. Gehinderd door een fiets kan ik mij nipt in een hoekje drukken. Lezen lukt door al het lawaai niet. Een niet al te frisse jongeman meldt zich in mijn domein met een sigaret in de hand. Hij steekt 'm aan. Even overweeg ik de jongeman er attent op te maken dat dit verboden is. Ik zie het vruchteloze in en zwijg. Wel probeer ik hem door opstandig te kuchen hem iets duidelijk te maken. Hij blijft ongegeneerd naar buiten kijken. Gelukkig zijn we snel in Arnhem en kan ik ontsnappen aan de aanwezigheid van deze man. Maar dan slaat de stress weer toe. Welke trein vervoert mij verder in de richting van Amsterdam, mijn einddoel. Als de trein is gestopt ren ik bijna naar het eerste de beste goudgele publicatiebord en zoek het vervolg van mijn route. Om iets wijs te kunnen worden uit deze borden moet minstens een universitaire opleiding gevolgd zijn. Gelukkig laat mijn intellect mij niet in de steek en bij de derde poging snap ik hoe ik mijn weg verder kan vinden, daarbij geholpen door het A-viertje van de lokettiste. Ik ontdek waar mijn trein vertrekt, kijk op de klok en zie dat ik een kwartiertje geduld moet hebben voordat de volgende trein vertrekt.

Wachten

Ik duik de catacomben in van Station Arnhem op zoek naar het juiste perron. Gerustgesteld keer ik terug naar de hal van het station en kijk rond. Een blik bij de Free recordshop levert geen uitbreiding van mijn CD collectie op. Ik kan visitekaartjes laten maken, een snelle snack bestellen of de boekhandel binnen duiken. Ik besluit verder te lopen. Jongelui hangen ongeïnteresseerd rond. Enkelen hebben een sleurtelefoon aan het oor en bellen. Luidruchtige stemmen galmen rond. Ik kijk nogmaals op de klok en zie dat het tijd wordt naar het perron te vertrekken. De tas op mijn schouder begint zich te weren en ik versnel mijn pas. Terwijl ik bovenkom remt knarsend mijn trein. Als hij stilstaat laat ik - galant als ik ben - de uitgaande mensen eerst uitstappen alvorens ik zelf instap. Ik zie op de zijkant van de trein dat de eerste coupé rechts een roken-coupé is. Ik hoop dat er plaats is. Dat is er, tegenover een meisje dat naar buiten zit te kijken. Ik groet haar met een vriendelijke glimlach, wat geldt als vraag om te mogen gaan zitten. Ze zegt niets en dat vat ik op als uitnodiging om te gaan zitten. Rechts van mij vraagt een jongeman om een vuurtje. Ik vraag me af of ik er uit zie als een roker en bevestig zijn vraag met het graaien in mijn colbertjasje. Ik houd hem mijn aansteker voor en steek zijn sigaret aan. Ik besluit ook om eentje op te steken. De aansteker heb ik immers al in de hand. Langzaam trekt de trein op. De machinist (blijkbaar) heet de reizigers van harte welkom en meldt - vriendelijk - de aanbieding van de dag. Een kop koffie met een appelkoek voor het minimale bedrag van drie gulden en drie kwartjes. Verlangend kijk ik uit naar de catering die zich binnen afzienbare tijd zal melden. Achter mij vraagt een jong meisje aan haar moeder wanneer we in Nijmegen zijn. De schrik slaat mij om het hart. Nijmegen, dat is de verkeerde kant op voor mij. Maar, vluchten kan niet meer. Ik kan het antwoord van de moeder niet verstaan en de twijfel wordt groter. Ik kijk door het gangpad en zie de conducteur onze coupé binnenstappen. Bij de eerste de beste klant is het raak. Geen kaartje. Omstandig haalt de man zijn bekeuringsboekje uit zijn zak en begint een - ongetwijfeld - vette bekeuring uit te schrijven. Hij overhandigt de jongeman de reprimande en gaat verder. Hij nadert tergend langzaam en het zal dan niet lang meer duren eer het oordeel wordt geveld. Langzaam vis ik het kaartje uit mijn portemonnee, ik zie de conducteur lief glimlachen naar mijn overbuurvrouw en kijkt naar mij. Ik geef hem mijn kaartje. Hij kijkt er op en zie hem denken over mijn woonplaats dat achter 'van' staat. Blijkbaar zit ik op de goede route. Hij stempelt het kaartje en geeft het terug. 'Naar een congres?', vraagt hij. Ik knik opgelucht. 'Socialist?', is zijn tweede vraag. Hij legt blijkbaar de link met mijn wijnrode colbertje. Ik knik opnieuw. 'Prettige reis en vergeet niet tijdig over te stappen.' Ik bedankt de man en hij gaat verder. Ik wis het zweet van mijn voorhoofd, pluk mijn tas voor mijn voeten weg en vis een van de opiniebladen er uit. Een verhaal over Wallage kan mijn goedkeuring wegdragen. De man zou ik later die dag nog vele keren zien.

Catering

Enkele minuten later stoort het ratelen van de catering mijn lezen. Direct herinner ik mij de aanbieding, maar besluit om alleen koffie te nemen. Dat kost mij een rijksdaalder. Een vorstelijke prijs, maar daarvoor moet ook wel iets geleverd worden, vind ik. 'Met melk en suiker', vraagt het meisje. Ik knik, zij levert. Ik giet de koffiemelk in de koffie en een suikerklontje ploft er ook in. Ik roer de koffie en neem een slok, dat gevolgd wordt door een tegenwaartse beweging. Dat spul is absoluut niet te drinken. Slechtere bocht kan ik mij niet herinneren. Manmoedig en Hollands zuinig - het is betaald en ik zie geen mogelijkheid om het weg te kieperen - neem ik een tweede slok. De drang tot coffeïne dwingt mij er toe. Het was al weer enige tijd geleden dat ik voor het laatst cafeïne door mijn keel goot. Ik lees verder en neem af een toe een nipje van de koffie. Ik blik over mijn bril naar mijn overbuurvrouw, die blijkbaar ziet dat ik naar haar kijkt. Ze glimlacht heel even. De trein glijdt Utrecht binnen. Ze staat op en kuiert de coupé uit, ik schuif snel door naar haar stekkie. Ik vlij neer en ga naar buiten zitten kijken. Mijn ex-overbuurvrouw stapt uit de trein en loopt in mijn richting. Ik glimlach, zij verdwijnt uit het zicht met een lach om haar lippen. Ik blader door mijn opinieblad en vind geen interessante verhalen meer en besluit mijn draagbare computer uit te dagen voor wat tekstueel werk. Ik leg het ding op het minimale tafeltje en begin te tikken. Ideeën, plannen voor de komende tijd. Allerhande zaken - ik heb nu de tijd - passeren de revue. Bewerk wat adressen volgens mijn andere (eigenlijk overbodige) agenda. Enkele afspraken moeten nog bewerkt en uitgebreid worden.. Het meisje dat eerder achter mij zat en die ik nu kan zien door de spleet in de bank, kwebbelt lekker door. Haar moeder antwoord soms wel en soms niet op een vraag. Een ervaren ouder concludeer ik. Vlak voor ik mijn overstaphalte bereik berg ik de computer op en ga geduldig zitten wachten tot de machinist de informatie omroept. Ik moet hier overstappen. Hij bevestigt het. Ik pak mijn tas en ga in de gang staan wachten tot ik kan uitstappen. Een geroutineerde treinreiziger is zo vriendelijk om de knop in te drukken en de deur gaat open. De trein uit, de niet werkende roltrap af en dan even kijken waar de trein naar Schiphol staat te wachten. Gewoon recht doorlopen, dus. Ik stap de trein in en zoek een plaatsje. Vis mijn gegevens uit de zak en zie dat ik de eerst volgende halte uit moet stappen. Slechts drie minuten treinen en ik ben op plaats van bestemming. De nieuwsgierigheid naar welke bekenden ik tegenkom begint bij mij te leven. Ongetwijfeld zie ik 'mijn' Vara-meisje en zeker is ook dat er heel veel anderen zijn en dat ik de komende twee dagen er zeer veel bekenden bij zal krijgen. De verzameling wordt groot:-)

Terugreis

Voorbereid op een korte eerste traject koop ik een kaartje voor de terugreis. De jongeman kijkt mij aan als ik de plaats van bestemming opnoem. Hij neemt aan dat ik de juiste plaats noem en tikt wat in. Enkele tellen later verschijnt het bedrag - dat ik al wist en ik verbaas mij niet dat de heen- en terugreis even duur zijn - op het scherm. Om het nog eens duidelijk te maken noemt hij het bedrag. Ik vraag hoe laat de trein vertrekt. 'Dat weet ik niet, hoor jongen. De klok loopt hier wel één minuut voor', meldt hij zijn kennis. Ik glimlach en loop naar boven. Vreemd, de roltrap omhoog werkt wel, naar beneden niet. Dit was mij de vorige dag ook al op het andere station opgevallen. Overigens dat was hier ook het geval. Zou men geen stroom willen verspillen aan de aantrekkingskracht van de aarde? Ik laat me naar boven rollen. Het zijn nog luttele minuten voor vertrek. Ik steek een sigaret op. De tijd van vertrek tikt weg en er is nog geen trein in zicht. Wederom een start met vertraging, net als een dag eerder. Jeugdigen worden baldadig vanwege het lange wachten. Dan, in de verte naderen de drie lichten. De trein komt er aan. De machinist neemt nauwelijks de tijd om te stoppen. Op het moment dat de laatste mensen hun hielen van het perron lichten geeft hij al weer gas. De deuren sissen dicht en de trein rijdt. Ik blijf staan in het halletje omdat ik weet dat deze rit slechts drie minuten duurt. De deuren gaan open en ik stap uit. Langzaam loop ik in gezelschap van een aantal mensen de roltrap op. Dat schiet op. Ik hoor een trein wegrijden en als ik met mijn hoofd boven de eerste verdieping steek zie ik dat het mijn trein is die richting Utrecht voert.

Wachten

'Verdorie', hoor ik iemand uitroepen. Ze had al snel het informatiebord bekeken en meldde luidruchtig dat er een half uur gewacht moest worden op de volgende trein. 'De eerste die komt is een stoptrein.' Ik kijk op de klok en zie dat het voor mij geen verschil maakt. Deze vertraging zorgt er voor dat ik directe aansluitingen heb tot mijn woonplaats. Toch lijkt mij het wachten op een groot station beter dan op dit. Hier is weinig te beleven. Ik ga naar beneden om te kijken of ik iets kan bemachtigen. Koffie, schreeuwt mijn lichaam. Een Antilliaans meisje vraagt wat ik wil. Mijn lippen spellen de letters koffie en zij schenkt het in. Ik kijk naar een meisje dat blijkbaar tot hetzelfde lot als ik is veroordeeld. Ze kijkt doelloos voor zich uit. Heb ik haar eerder gezien? Ik besluit er over na te denken en het haar niet te vragen. Ik weet het. Ze zat in dezelfde trein als ik. Toen ik instapte zat zij treurig naar buiten te staren. Ik kijk even rond in een minuscuul boekwinkeltje, waar weinig van mijn gading wordt verkocht. 'Seksbladen niet uit de verpakking halen. Ze zijn niet voor niets verpakt', meldt een briefje. Ik vraag mij af waarom, maar kan geen passend antwoord vinden. Ik kijk bij de computerbladen. Geen interessante bijgeleverde software, dus besluit ik ze om niet te kopen. Ik zie het boek liggen dat heet: het zit op de bank en het zapt. Wederom een negatieve uitgave over het fenomeen man en ook dat hoort niet thuis in mijn collectie. Vrouwenhumor zullen we als man nooit begrijpen. Gedesillusioneerd verlaat ik het boekwinkeltje en sjok weer naar boven. De lift zeult een KLM-stewardess naar boven. Een zware koffer op wielen sleurt ze over het perron en zet het neer. Baldadige jongens dollen over het perron. Ze willen een - blijkbaar nog niet aanwezige - vriend een trein eerder laten vertrekken. 'We doen net of we instappen en als hij binnen is springen we er op het laatste moment uit', oppert eentje. Een ander heeft zijn bedenkingen. De vriend komt naar boven en jolig melden ze dat hij wel de eerst volgende trein moet nemen. Ik verlies ze uit het oog omdat ik elders ga staan. Na een klein half uur rolt de eerste trein binnen. Het meisje van een tijdje daarvoor stapt in. Ik wacht. Vijf minuten zou de marge zijn tussen de beide treinen. Het worden er zeven. Als ik instap zie ik tot mijn verbijstering dan veel meer mensen hetzelfde plan als ik hebben opgevat. Zij zitten al, ik sta nog en loop door de trein. Voor mij een al wat ouder stel dat ook een fatsoenlijke zitplaats zoekt. Ik loop achter hen aan. Van bijna helemaal voorin tot achterin. Pas in de laatste coupé is een dubbele bank onbezet. Het stel gaat een bank voor mij zitten en slaat dit plekje over. Ik duik neer en zie tot mijn verbijstering dat er een rookverbod geldt. Een teleurstelling. Heldhaftig aanvaard ik mijn lot en blijf zitten. De trein trekt op. Ik zie door de ramen de Amsterdam ArenA (waarom met een tweede hoofdletter A is mij een raadsel) aan mij voorbij glijden. Ik vis een gekregen krant uit mijn tas en begin het verslag over het congres te lezen. Het belangrijkste nieuws wist ik al en dat werd ook in de krant gemeld. 'Goeie krant', concludeer ik en dat voor een blad dat enige tijd geleden nieuw leven in werd geblazen.

Vrijen

Als ik de krant heb doorgekeken berg ik hem weer op en zie tot mijn verbazing het stelletje in een heftige omarming. Bijna betrapt kijk ik gegeneerd naar buiten. Ik voel mij een indringer in een intiem samenzijn. Ze laten elkaar weer los. Ik kijk opgelucht voor mij. Links zit een Oosters meisje te lezen in De Volkskrant. De catering komt langs met de onvermijdelijke koffie en appelkoek. Ik zeg niks en ze loopt door. Het Oosterse meisje koopt thee. Ik vind dat wel passen: niet-roker en thee. Beide is niets. Ik kijk nog wat stukken door dat te maken hebben met het congres als de trein Utrecht binnenrolt. Ik kijk uit het raam op het perron. Haastig lopen mensen in de richting van de trein. Ik bedenk me dat het wel heel erg veel zijn en dat het nooit mogelijk is dat ze een zitplaats kunnen krijgen. Het knuffelende stel is uitgestapt, een jong stel gaat tegenover mij zitten. Geen vraag of ze mijn domein mogen binnendringen. Ze gaan gewoon zitten. De jonge man - met een, zoals Mart Smeets placht uit te drukken, pratende kut - heeft een krant onder de arm. Hij haalt hem uit elkaar en geeft een deel aan het meisje. Ik kijk vervolgens een tijd lang tegen een grijze muur (Volks)krant aan. Ik lees de koppen van de pagina's die ik kan zien. Sportjournalist John Volkers heeft een stuk geschreven over het Olympisch Labyrint. Drie baby's grijnzen mij recht in de ogen aan. Het wordt wazig. Ik kijk naar beneden en zie mijn knieën bijna omarmt door de knieën van het meisje. Gelukkig zit er niemand rechts van mij. Discreet verplaats ik mijn benen waardoor ik wat meer ruimte krijg. Ik besluit de komende tijd met nietsdoen door te brengen. Een beetje rondkijken. Achter mij heeft een vrouw met een onmiskenbaar Nijmeegs accent het hoogste woord. Ze hebben het over het terug stelen van een gejatte fiets. Het Oosterse meisje is in slaap gevallen en geeft aan niet gestoord te willen worden. Het meisje dat tegenover mij zit bergt de krant op en gaat met haar - neem ik aan - vriend zitten meelezen. Hij is inmiddels aangekomen bij de drie baby's, blijkt uit het gesprek. Ik verlang naar dezelfde krant die thuis op mij ligt te wachten.

Roken

De avond valt als een zware deken over het landschap. Ik probeer me voor te stellen hoe de verlichtte slang zich door het landschap worstelt. Ik denk aan dat ik al veertig minuten niet gerookt heb: een tevreden gevoel maakt zich meester. Al geruime tijd doorgebracht in het kamp van de vijand. Na Ede-Wageningen volgt Arnhem. De plaats waar ik over moet stappen. Ruim voordat we aankomen sta ik op en loop vast richting uitgang. Ik knik vriendelijk naar het stelletje. Er meldt zich nog een verslaafde in het halletje. Hij heeft de sigaret al in de hand. Het perron begint en beiden steken we illegaal een sigaret op. Een meisje houdt ons gezelschap. Ze zegt niets, maar gaapt. Ik zeg: 'korte nachten en lange dagen.' Ze lacht. De deuren gaan over en met jolig 'tot ziens' spring ik uit de trein om voor de zoveelste keer het bord et de reisinformatie te gaan bestuderen om de voorlaatste etappe van mijn reis te bestuderen. Ik moet een rondje lopen voordat ik het vervolg van mijn reis vind. Ik bestudeer en controleer nogmaals en kan mij niet voorstellen dat rechts van mij 'mijn' trein zich bevindt. Het is weliswaar de stoptrein, maar ik neem er genoegen mee. Ik ga er naar toe en zie dat ik uit kom bij een roken-coupé. Hij is leeg en ik ga zitten. Precies in het midden. Ik bestudeer de coupé. Geen opwekkende omgeving. Vergeleken bij de intercity is dit een wagon eerder bestemd is voor veevervoer, dan om mensen te vervoeren. Grote TL-lichten zorgen voor een hel licht. De banken zijn weliswaar schoon, maar er zitten brandplekken in. Een weinig opwekkende omgeving. Er komt nog iemand binnen en gaat zitten. Als ik langs de bank tegenover mij kijk zie een klein stukje bruine jas. Meer niet. Ik kan niet zien of het een man of vrouw is. Het kuchen is ook al onzijdig en het knisperende papiertje brengt mij ook al niet verder. Ik ben nieuwsgierig. Ik durf niet te gaan staan om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Een nieuwe sigaret brandt. Ik tuur naar buiten. Opgeschoten jongelui zwaaien een vriendin uit die in een andere coupé gaat zitten. Ze joelen op het perron. De machinist heeft blijkbaar haast want als de deuren dichtpiepen geeft hij vol gas. De trein sjeest weg om een paar minuten later krachtig af te remmen voor het eerste station. Het perron is leeg en er stapt niemand uit. Dus de energie die hiermee werd verprutst is nutteloos geweest. Ik begrijp dat dit stuk van mijn reis zal bestaan uit optrekken en stoppen. Op het daarna volgende station stapt een jongeman binnen die rechts van mij gaat zitten en achter mij wordt de deur opengetrokken. 'Laten we hier maar gaan zitten, hier zitten we warm', zegt een vrouwenstem achter mij. De man zegt: 'ik zie het toilet al.' Hij legt zijn jas op de bank - de tijdsduur is te kort om hem op te hangen - en loopt naar het toilet om enkele minuten later terug te keren. Ik begrijp dat zijn nood hoog was. Voor de derde keer in successie remt de trein krachtig. Het stel achter mij bespreekt de financiële situatie en ik begrijp dat het tot het einde van de maand duurt voordat er een bepaald bedrag wordt overgemaakt. Op het daarop volgende station kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ga staan om zogenaamd iets uit mijn tas te pakken. Ik blik over de bank voor mij en zie dat het daar leeg is. 'Verdomme', brom ik in mijzelf. 'Weer eens iets gemist.' Ik had hem of haar niet zien uitstappen. Gedesillusioneerd ga ik zitten, in de wetenschap dat ik over enkele minuten aan het laatste traject kan beginnen. Ik schud door elkaar. Eén ding weet ik zeker: hier is de NS-reclame niet opgenomen. Het tikken op mijn computer is nagenoeg onmogelijk. De letters dansen over het scherm, het aantal typefouten naderen de vijftig procent, het tempo zakt tot nul. De conducteur komt binnen en lacht als hij mijn computer ziet. Hij weet dat ik gestopt ben. Hij stempelt mijn kaartje en gaat verder. Ik besef dat zelfs het stempelen van kaartjes een uitgedokterd systeem moet zijn. Net op het langste stuk komt de man langs en het lijkt mij onmogelijk dat hij iedereen controleert. Een klein crimineeltje maakt zich in mij meester. Met enige bestudering zou je van enkele stations gratis kunnen reizen... Het lawaai in de trein is nu zo heftig - ik had het die ochtend niet gemerkt omdat de intercity heel wat geluidlozer over dit traject voortbeweegt - dat ik zelfs mijn achterburen niet meer kan verstaan. Geeft niets, want zo bijster interessant was het ook niet. Nog één keer overstappen en ik kan beginnen aan het laatste traject.

Slottraject

In Zutphen komt de trein aan op een mij vreemd perron. Even moet ik mij oriënteren en zie dat ik onder de sporen door moet lopen naar het naastgelegen perron. Ik controleer in de catacomben of ik dan in de juiste trein stap. Het klopt wat ik vermoed. Langzaam loop ik naar boven. De trein staat er al. Buiten staat iemand een sigaret te roken. Ik loop langs de rups op zoek naar een rook-coupé. Bijna helemaal vooraan zit er eentje. Ik stap in en ga zitten. Ik zie een raampje open staan en wil het dicht doen. Het lukt zelfs met de uiterste krachtsinspanning niet. In de belendende trein lacht iemand om mijn pogingen. Ik glimlach en geef me gewonnen. Ik baal. Twee mensen gaan me gezelschap houden op het laatste traject. Een jongen gaat op de bank voor mij zitten, een meisje schuin achter mij. Ik steek een sigaret op en kijk heel even naar het meisje. Ze heeft brutaal haar benen op de bank gelegd en rookt ook. Ik wil haar attenderen op het verbod, maar doe het toch niet. Ik vrees een antwoord. Als de trein goed en wel op gang is, dient zich een nieuwe ergernis aan. De asbakken ratelen of het oordeel is begonnen. Ze maken zoveel lawaai dat ik mijzelf niet eens zou kunnen verstaan als ik iets zou zeggen. Ik ervaar het nadeel van 'roken' gaan zitten. De conducteur is vriendelijk. Hij stempelt mijn kaartje. Ik spiek achteruit naar het meisje. Ze heeft, toen de conducteur binnenkwam, tactisch haar benen van de bank gehaald. Direct nadat de conducteur verdwijnt staat zij op en gaat in een niet roken-coupé zitten. Blijkbaar is de herrie te veel voor haar. Ik kijk uit naar het station: welke bekenden zie ik er. Ik ben teleurgesteld in het feit dat ik het dat-trekken-we-wel-uit-meisje niet heb gezien en ben heel nieuwsgierig of mijn fiets er nog staat.

Dankwoord

Speciale dank aan Rein Tuininga voor deze lange bijdrage. Het copyright van dit verhaal berust volledig bij hem. Zie voor het volledige dankwoord de lijst met namen bij het dankwoord.


Zie ook de andere pagina's voor meer uitspraken, anekdotes en moppen.

<- Verhalen: Noodrem | Verhalen: Commute by Train ->


Nieuwe uitspraken zijn welkom | door Freek Dijkstra.